
technische luistervaardigheden
In het technisch luisteren werken we eerst aan het fonologisch en later aan het fonemisch bewustzijn
In het technisch luisteren maken we een onderscheid tussen 2 grote rubrieken:
-
fonologisch bewustzijn: het bewustzijn van geluiden, woorden, zinnen, klankgroepen
-
fonemisch bewustzijn: het bewustzijn van afzonderlijke klanken
Het fonemisch bewustzijn is eigenlijk een onderdeel van het fonologisch bewustzijn.
Kleuters moeten eerst bewustzijn ontwikkelen van geluiden, lengte van woorden en zinnen, klankgroepen, rijmen... voor ze aan de slag kunnen met afzonderlijke klanken.
Hierdoor komt het fonologisch bewustzijn eerst in de ontwikkeling en komt het fonemisch bewustzijn pas later aan bod.
​In de leerlijn bekijk je dus eerst de vaardigheden van het fonologisch bewustzijn en daarna pas de vaardigheden van het fonemisch bewustzijn.
fonologische vaardigheden
Het fonologisch bewustzijn is het technisch luisteren waarin gewerkt wordt met geluiden, woorden en zinnen.
1. Oefenen met geluiden en met woorden en zinnen
-
Bij deze vaardigheid leren kinderen auditieve informatie herkennen en lokaliseren.
-
Eerst gebeurt dit met geluiden, later ook met woorden en zinnen.
-
Daarnaast leren ze ook de volgorde van auditieve informatie onthouden en tot slot kunnen ze auditieve informatie nadoen of nazeggen.
2. Het ontwikkelen van het bewustzijn van zinnen en woorden en het kunnen spelen met zinnen en woorden
-
Hierbij leren kinderen korte en lange zinnen herkennen, worden ze zich bewust van de woorden in een zin, herkennen ze korte en lange woorden en kunnen ze samengestelde woorden herkennen en maken.
3. Rijmen
-
Het opzeggen van rijmpjes, eindrijm herkennen en zelf eindrijm kunnen toepassen, zijn belangrijke vaardigheden naar het leren lezen toe.
4. Klankgroepen
-
Kinderen leren woorden verdelen in klankgroepen, klankgroepen samenvoegen tot woorden en woorden maken die uit verschillende klankgroepen bestaan.
fonemische vaardigheden
Het fonemisch bewustzijn is het 'klankbewustzijn'.
Het kind is zich ervan bewust dat woorden bestaan
uit afzonderlijke klanken. We onderscheiden 4 grote rubrieken in het fonemisch bewustzijn.
1. Isoleren van klanken
-
Bij deze vaardigheid leren de kinderen hun aandacht te richten op begin-, eind- en middenklanken in woorden. Het gaat ten eerste om het herkennen van de beginklank, eindklank en middenklank in eenlettergrepige woorden.
-
Daarnaast komt ook het sorteren van woorden beginklank, eindklank en middenklank aan bod. Tot slot leren kinderen ook de beginklank, eindklank en middenklank in eenlettergrepige woorden te benoemen.
2. Synthese van klanken
-
Hier leren kinderen afzonderlijke klanken samen te voegen tot een woord. Ze plakken klanken dus aan elkaar tot een woord, zoals /v//i//s/ tot /vis/.
3. Analyse van klanken
-
Het beheersen van deze vaardigheid houdt in dat kinderen en woord klank voor klank kunnen uitspraken. Ze kunnen woorden hakken, zoals /vis/ in /v//i//s/.
4. Manipuleren van klanken
-
Bij deze vaardigheid leren de leerlingen een klank in een woord toe te voegen, weg te laten of te vervangen. Het gaat hierbij om het toevoegen van een nieuwe begin- of eindklank: ‘Als je /b/ voor /oog/ plaatst, welk woord krijg je dan?’
-
Daarnaast leren ze ook de begin- of eindklank van een woord weg te laten: ‘Als je /p/ op het einde van /kamp/ weglaat, welk woord krijg je dan?’ Ook leren ze de begin-, eind- of middenklank te vervangen door een andere klank: ‘Als je de /k/ in /kaas/ vervangt door /v/, welk woord krijg je dan?’ Tot slot leren kinderen bij deze vaardigheid te benoemen welke klank is toegevoegd, weggelaten of veranderd.